Keuken plaatsen

7 stemmen

Klusniveau: Moeilijk

Benodigheden

Dit is waarschijnlijk één van de delicaatste klussen in huis. Niet vanwege de moeilijkheidsgraad, maar vanwege de vele keuzes die je moet maken, op je zoektocht naar de ideale keuken. Wij loodsen je doorheen het hele proces, van de eerste plannen tot het onvolprezen eindresultaat.

1.

Keukenplan maken

  • Teken op een stuk millimeterpapier, liefst op schaal, de omtrek van je huidige keuken.
  • Markeer vaste punten zoals deuren, ramen, ventilatie, waterleiding, elektriciteit, gas, radiatoren, speciale hoeken en andere belangrijke bouwkundige elementen.
  • Controleer of alle muren haaks zijn: teken op de ene muur 80 cm af en op de aanliggende muur 60 cm, wel op gelijke hoogte. Is de diagonale afstand tussen beide punten precies 100 cm, dan zijn de muren haaks.
  • Onderzoek ook of de muren loodrecht staan ten opzichte van de vloer. Houd rekening met afwijkingen, en duid ze aan op je keukenplan.
2.

Functies indelen

  • Deel de hoofdfuncties in. Waar ga je koken en afwassen, waar zet je de koelkast en hoe hoog is die? Een spoelbak neemt minstens 50cm kastruimte in beslag, maar je kunt ook een model kiezen dat dubbel zo groot is. Een gaskookplaat met vier pitjes vergt 60 cm kastruimte, maar misschien heb jij voldoende aan een kleiner model.
  • Geef vervolgens de vaatwasmachine en microgolfoven, maar ook het koffiezetapparaat of andere toestellen een plaats in je nieuwe keuken. Zo voorkom je dat je achteraf spijt krijgt over de keuze van je inrichting.
  • De planning van de opbergkasten, bewaar je tot het laatste.
  • Hou bij het maken van de nieuwe indeling rekening met de plaats van bestaande aansluitpunten. Voorzie eventueel nog extra stopcontacten met aarding, want achteraf heb je er liever te veel dan te weinig.
1.

Installatie voorbereiden

  • Zorg dat je het keukenplan en de montagevoorschriften van de fabrikant binnen handbereik hebt.
  • De waterleiding - en afvoer zijn liefst weggewerkt in de muur, net als de elektrische aansluitpunten.
  • De gasafsluiting moet voorzien zijn van een afsluitkraan en mag zich nooit achter de oven bevinden. Zorg er ook voor dat de gasafsluiting eenvoudig bereikbaar is.
  • Denk eraan dat wijzigingen aan de installatie enkel door een erkende installateur mogen worden uitgevoerd.
  • Tegelvloerwerk voer je ook beter uit vóór de plaatsing van de keuken.
4.

Keukenkasten installeren en afwerken

  • Zet de kasten in elkaar, zonder laden en fronten. Begin met de kasten onder het werkblad.
  • Koppel de kastrompen aan elkaar en zorg ervoor dat ze perfect waterpas staan. Gebruik hiervoor de regelbare voetsteuntjes.
  • Maak het blad op maat en leg het op de onderkasten.
  • Hang daarna de bovenkasten op volgens de manier die wordt beschreven in het montagevoorschrift van de fabrikant. Let erop dat alle kasten aan de bovenkant op gelijk niveau hangen.
  • Indien er in het werkblad nog geen uitsparingen voor spoelbak en kookplaat zijn aangebracht, maak je ze nu zelf met de bijgeleverde mallen.
  • Monteer spoelbak en kookplaat volgens het montagevoorschrift en dicht alle randen af met kit.
  • Zaag de afwerkstrip op lengte en monteer de strip op het werkblad. Druk het werkblad dan tegen de muur en bevestig het op de onderkasten zoals aangegeven op de montagehandleiding.
  • Vervolgens mag je de mengkraan installeren. Die kan aan de muur, op de spoelbak of op het werkblad bevestigd worden.
  • Eens de kasten goed zijn geplaatst, kan je de deuren en laden bevestigen. De laden breng je in de juiste positie met stelschroefjes.
  • De deuren kan je afstellen met de schroefjes op de deurscharnieren. Meestal bevatten die twee schroeven: één om de deur af te stellen, en één om de deur vast te zetten.
5.

Plinten aanbrengen

  • Voorzie de plintlatten van een laag grondverf. Schuur ze daarna lichtjes op en breng aan weerszijden een laklaag aan om het kromtrekken van de plint te vermijden.
  • Meet de lengte van de muur waarop de plint wordt aangebracht en zaag de plintlat op maat.
  • Boor om de 30cm een gaatje door plint met een houtboor van 3mm. Gebruik dan een verzinkboor om de gaatjes wat te ruimen, zodat de schroeven er later in verzinken.
  • Hou de plint nu tegen de muur en teken de schroefgaatjes af met een potlood.
  • Boor pluggaten in de muur met een steenboor van 6mm, plaats pluggen in de boorgaten en schroef de eerste plint vast.
  • Bij rechte muren kan je de plinten eventueel vastlijmen met montagekit
  • Meet voor het maken van een buitenhoek de lengte van de eerste plintlat en tel daar de dikte van de lat bij op. Zaag de lat dan onder een hoek van 45° naar de hoek toe met een verstekzaag. Leg nu het volgende plintdeel tegen de muur aan en teken de rand van de muur af op de lat. Zaag de lat weer in verstek, maar nu met het verstek naar buiten toe, zodat de twee latten netjes in elkaar passen.
  • Voor het maken van een binnenhoek zet je de eerste plintlat gewoon vast in de hoek. Schuif dan de tweede lat tegen de eerste lat aan en zet een klein stukje plintlat tegen en evenwijdig met de eerste plint. Neem de contouren over op de tweede plintlat en zaag de tweede lat op deze lijn af.
  • Als alle plinten zijn geplaatst, plamuur je de schroefgaten dicht en vul je de kier tussen plint en muur op met acrylaatkit, die kan je met je vinger gladstrijken.
  • Eens de kit gedroogd is, mag je de plinten voor een tweede keer aflakken.
6.

(Spat)wandtegels aanbrengen

  • Zorg voor een vlakke, schone ondergrond. Repareer scheuren en gaten met een vulmiddel.
  • Teken de oppervlakte waarbinnen je de tegels gaat plaatsen af met een potlood.
  • Om te voorkomen dat je niet met piepkleine stukjes tegel moet werken, doe je op voorhand het nodige rekenwerk. Hou daarbij rekening met de dikte van de voeg, en dus ook de dikte van de tegelkruisjes. Voegbreedtes van 2 en 3mm komen het meest voor achter een fornuis.
  • Als de te betegelen oppervlakte een hoek bevat, begin dan aan de andere kant met het aanbrengen van de tegels, zodat je altijd eindigt in een hoek en de gesneden tegels minder opvallen.
  • Breng lijm aan op de wand over een oppervlakte van maximaal 1m². Als je meer lijm aanbrengt, is die droog vooraleer alle tegels zijn geplaatst.
  • Verspreid de lijm met een lijmkam en begin met het plaatsen van een eerste rij tegels aan de onderkant.
  • Druk de tegels zachtjes tegen de wand en gebruik tegelkruisjes om telkens evenveel afstand tussen de tegels te bewaren. Om ervoor te zorgen dat de tegels van de eerste rij overal op dezelfde hoogte hangen, kan je tegelkruisjes tussen de tegels en het werkblad plaatsen.
  • Nadat de eerste rij tegels tegen de muur hangt, kan je beginnen aan de volgende rijen.
  • Om de tegels af te werken smeer je ten slotte voegmiddel in de naden van de tegels met een voegspaan.
  • Strijk de voegen glad met een voegijzer en verwijder het overtollige voegsel.
  • Maak de tegels dan schoon met een spons en helder water.

Dit heb je nodig

  • Materialen (7)








  • Gereedschappen (12)