Scheidingsmuur in cellenbeton maken

1 stem

Klusniveau: Gemiddeld

Benodigheden

Cellenbetonblokken zijn zeer geschikt om een scheidingswand mee te vervaardigen. De blokken zijn licht, thermisch isolerend en handig te verwerken. Bovendien kan je cellenbetonblokken niet alleen aan elkaar metselen, maar ook verlijmen.

1.

Ondergrond voorbereiden

  • Zorg voor een ondergrond die perfect waterpas is.
  • Als de scheidingswand aansluit op een muur, controleer dan of de hoek tussen muur en vloer precies 90° is. Werk eventuele verschillen weg.
  • Gebruik de houten latten als profielen om de scheidingswand tegen te bouwen. Schroef beide latten waterpas en loodrecht ten opzichte van elkaar tegen de muren waartussen de scheidingswand komt.
  • Door een metselkoord tussen de profielen te spannen geef je duidelijk de te volgen lijn aan eens je de cellenbetonblokken met elkaar gaat verlijmen.
2.

Eerste laag plaatsen

  • Markeer de hoogte voor de eerste laag cellenbetonblokken op de profielen.
  • Gebruik de zelfnivellerende laser (of een pasdarm) om de hoogtes op beide profielen perfect waterpas af te tekenen en span een metselkoord tussen de profielen.
  • Op een ongelijke ondergrond kan je de eerste blokkenlaag eventueel in een dik mortelbed aanbrengen om de oneffenheden op te vangen.
  • Plaats de eerste rij blokken in de mortel- of lijmspecie (aanmaken zoals voorgeschreven op de verpakking). Volg nauwkeurig het gespannen metselkoord, maar vergeet ook niet te controleren of de blokken in de breedterichting waterpas liggen.
  • Cellenblokken die voorzien zijn van tand en groef hoef je niet verticaal met elkaar te verlijmen. Met een rubberhamer kan je de blokken op hun plaats tikken zodat ze goed op elkaar aansluiten.
  • Moet je op het einde een blok op maat zagen, meet dan goed af hoe lang die mag zijn. Als je met tand en groefblokken werkt, zorg dan dat je de juiste kant op maat zaagt.
3.

Tweede laag verankeren

  • Heb je de eerste laag in een mortelbed gelegd, wacht dan minstens een dag, zodat de mortel helemaal is uitgehard.
  • Span het metselkoord net iets hoger dan de hoogte van de volgende rij cellenbetonblokken.
  • Een scheidingsmuur die je tegen een bestaande muur aanbouwt, moet je verankeren. Daarvoor gebruik je in dit geval best een veeranker waarmee je de cellenbetonblokken om de twee lagen met de vaste muur verbindt.
  • Bevestig het veeranker met een verzinkte nagel aan de eerste cellenbetonblok (het overgebleven stuk dat je bij het plaatsen van de vorige rij hebt afgezaagd) en aan de muur met schroef en plug.
  • Verlijm nu de rest van de rij. Let erop dat de blokken zuiver zijn aan de onderkant. Restjes vuil kunnen voor problemen zorgen, want de lijmlaag is zo dun, dat zelfs de minste afwijkingen al vlug zichtbaar worden.
4.

Muur afwerken

  • Bouw de rest van de scheidingsmuur verder op zoals de eerste twee lagen. Blijf ook elke tweede laag met de vaste muur verankeren met behulp van een veeranker.
  • Als je tot aan het plafond doorwerkt, kan het zijn dat je de cellenbetonblokken van de laatste rij in de lengte moet doorzagen om goed tegen het plafond aan te sluiten.
  • Blijft er uiteindelijk nog een beperkte voeg over (tot 3 à 4 cm), dan kan je die dichten met PU-schuim. Breng het schuim zuinig aan, want het zet nog behoorlijk uit (raadpleeg verpakking voor duidelijke aanwijzingen).
  • De kopse kant van de scheidingsmuur vlak je af met een blokkenrasp.
  • De scheidingsmuur kan je ten slotte verder afwerken met een pleisterlaag of je kan de blokken gewoon zichtbaar laten. Voeg de muur in dat laatste geval wel op met dezelfde cellenbetonlijm. Druk de lijm met een truweel tussen de voegen, laat drogen en schuur de voegen licht op (fijne korrel: P80-P100).

Dit heb je nodig

  • Materialen (10)











  • Gereedschappen (12)