Tuinverlichting installeren

5 stemmen

Klusniveau: Moeilijk

Benodigheden

Tuinverlichting kan werken op  lage veiligheidsspanning (12 V) of netspanning (230 V).

Lage veiligheidsspanning (12V)

Bij zeer lage veiligheidsspanning zet een transformator 230 V om in een veilige 12 V. Kies bij voorkeur armaturen met een gekeurde transformator. Als je dan per ongeluk de kabel doorsnijdt, loop je geen  gevaar.

Indien je geen kabels wil trekken en elektriciteitsleidingen wil voorzien, dan kan je ook altijd kiezen voor Solar tuinverlichting. Deze werken volledig op zonne-energie, wat ervoor zorgt dat een elektrische installatie overbodig wordt.

1.

Aantal meter kabel berekenen

Leg de lampen op de plaats waar ze straks komen te staan. Bereken vervolgens hoeveel meter kabel je nodig hebt. Probeer de kabelafstand tussen de transformator en de lampen zo kort mogelijk te houden: hoe langer de kabel, hoe groter de kans dat de lampen zwakker gaan branden.

2.

Kabels ingraven

Graaf een geultje van ongeveer 20 cm diep om de kabels in te verbergen. Om eventuele beschadiging te voorkomen, kan je de kabel door een kunststof of metalen koker trekken.

3.

Lampen aansluiten

 Sluit nu de lampen op de kabel aan. Klem de kabel tussen de bevestigingsklemmen, en werk overtollige draad en eventuele aftakdoosjes weg in de sokkels van de lampen.

Plaats de transformator in de directe omgeving van een stopcontact. Afhankelijk van het type kan je deze enkel binnen of zowel binnen als buiten plaatsen (zie montage-instructies op de verpakking).
 

Netspanning (230V)

Tuinverlichting op netspanning plaatsen is minder eenvoudig.

1.

Aantal meter kabel berekenen

Leg de lampen op de plaats waar ze straks komen te staan. Bereken vervolgens hoeveel meter kabel je nodig hebt. 

2.

Kabels ingraven

Vanwege de hoge spanning moet je de elektrische kabels 60 cm diep ingraven. Als de kabel onder een pad loopt waarover regelmatig een wagen rijdt, dan moet dat minstens 80 cm zijn.

3.

Isoleren en beveiligen

Als voeding mag je alleen een speciale grondkabel gebruiken (XVB). Steek de kabel in een isolerende koker om hem extra te beschermen, en bedek hem vervolgens met een laagje grond. Om veiligheidsredenen moet je ook een extra hooggevoelige differentieelschakelaar van 30 mA plaatsen. Grote klussen besteed je best uit aan een erkend installateur.

Vrij eenvoudige veranderingen kan je zelf uitvoeren. Zorg ervoor dat de stroom is uitgeschakeld, en dat niemand de stroom kan inschakelen terwijl je aan het werk bent. Bij bepaalde armaturen voor buiten heb je een speciaal type bedrading en verbindingsmoffen nodig (bv. voor een waterdichte aansluiting). Volg daarom steeds de meegeleverde montage-instructies.

4.

Aansluiten

Of je nu de kabel aansluit op een lasdoos, een schakelaar, een lichtpunt of een stopcontact, de werkwijze is steeds dezelfde:

 

  • Snijd het omhulsel van de kabel weg, zodat de draden die je moet aansluiten vrij komen. Doe dat zorgvuldig zodat de kabel intact blijft tot aan het punt waar hij de doos in gaat. Je gebruikt daarvoor best een striptang.
  • Verbind de draden in de doos, kleur aan kleur.
  • Voer de kabel in de doos met de bijhorende wartel en rubberring. Zo voorkom je dat er water in de doos kan komen.
  • Prik de condensgaatjes onderaan de doos open met een scherp voorwerp. Als er dan condenswater in de doos komt, dan kan het er zo weer uit lopen.
     

 

Dit heb je nodig

  • Materialen (6)







  • Gereedschappen (3)