stappenplan

Tips voor het bestrijden van ongedierte bij coniferen

Een mooie gezonde tuin begint bij het herkennen van de plagen en ziekten die kunnen opduiken. Het ongedierte komt meestal tevoorschijn als de planten op hun mooist zijn. Wees ze te slim af en weet wat de eerste tekenen van een probleem kunnen zijn. In deze klus vind je een beschrijving van de meest voorkomende plagen bij coniferen.

Voet- en wortelrot

Diagnose: Deze bodemschimmel doodt de wortels en doet de stengels rotten. De ziekte komt vooral voor op plaatsen waar jaar in jaar uit dezelfde gewassen staan. Een andere oorzaak is onregelmatig water geven. Getroffen planten krijgen bruine of zwarte stengels. De naalden verkleuren en scheuten sterven af. Meestal begint de sterfte vanuit de top.

Behandeling: Planten die licht aangetast zijn, kan je nog redden door ze te begieten met een schimmeldodend middel. Snij de afgestorven takken weg. Geef voor het herstel bladvoeding bij. Fel zieke planten rooi je best. Als je hier nieuwe coniferen aanplant, verwijder dan de grond tot een halve meter.
(Foto: Bayer)

Roest

Diagnose: Bij coniferen verkleuren de naalden en ontstaan er geleiachtige hoopjes op de stam, die ook deels opzwelt. De schimmelziekte kan jaarlijks terugkomen en scheuten doen afsterven. Roest treft vooral dennen, jeneverbessen, meidoorns, lijsterbessen en zwarte bessen.

Behandeling: Aangetaste takken zaag je af. Best een flink stuk voorbij de ziekte. De kans bestaat wel dat de ziekte het jaar erop terugkeert. Vraag ook naar een schimmeldodend middel in de handel.
(Foto: Bayer)

Mijt

Diagnose: Dit geel-groene beestje pakt stengels en takken van vooral de jeneverbes en de levensboom of thuja in met zijn als het ware gespinde draden. De naalden verkleuren en vallen af.

Behandeling: Je kan de mijt te lijf gaan met bepaalde chemische producten. Er zijn meerdere bespuitingen nodig.

Wolluis

Diagnose: De wolluis, ook wel wollige bloedluis genoemd, nestelt zich op de naalden en is te herkennen aan de witte wollige pluislaag waarmee hij zich beschermt. Het beestje heeft het gemunt op het sap, maar de schade is miniem. Hooguit verkleuren enkele naalden. Het uitzicht van de spar is wel om zeep door de kleine witte vlekken.

Behandeling: Bespuiten met specifiek in de handel te verkrijgen producten.
(Foto: Bayer)

Plakker (rups)

Diagnose: Deze behaarde rups van 5cm legt zijn eitjes op de boomstammen en bedekt ze met haartjes. De larven eten de naalden op en plukken de conifeer kaal. Naast coniferen zit de rups ook op bomen, sier- en fruitstruiken.

Behandeling: Chemisch bestrijden. In de herfst en winter kan je de eitjes van de schors halen, een tijdrovende klus.

Zwam

Diagnose: Je coniferen zijn ernstig ziek als je er zwammen op ziet groeien. Meestal zijn deze schimmels fataal voor de plant omdat je ze pas in een laat stadium opmerkt. Het is een van de meest voorkomende oorzaken van afsterven van houtige gewassen als coniferen, citrusgewassen, rododendrons, druiven, fruitstruiken… Symptomen zijn naalden die verkleuren, maar weliswaar niet afvallen.

Behandeling: Meestal komt alle hulp te laat. Dikwijls veroorzaken de wortels van al eerder gerooide bomen of struiken het probleem. Verwijder deze net zoals de later aangetaste planten. Doe de wortels zoveel mogelijk weg. Voor je nieuwe bomen of struiken plant, verwijder je de bovenste grond (1m). Een andere optie is de grond besproeien met een schimmeldodend middel.

Wortelschimmel (Dennenmoorder)

Diagnose: Deze met de zwam verwante paddenstoel groeit op de voet van de den. Afgevallen naalden of grond kunnen deze schimmel verbergen waardoor je ook dit exemplaar pas laat opmerkt. Hij verspreidt zich via wortelcontact van andere besmette dennen en is eerder zeldzaam. De paddenstoel wordt tot 20cm groot en kleurt vanboven bruin. Coniferen die er het slachtoffer van zijn rotten en de scheuten sterven af. Het rotten maakt de conifeer onstabiel wat uiteraard nefast is bij windvlagen.

Behandeling: Rooien en vernietigen.

Takluis

Diagnose: De grijsbruine takluis (3 à 4 mm groot) valt vaak oudere hagen aan. De coniferen vertonen gele plekken die later bruin worden doordat de beestjes de sappen uit de twijgen zuigen. De takluis is heel het jaar aanwezig, maar is actief vanaf april en legt dan haar eitjes. Een vijftal takluizen kunnen al dodelijk zijn voor het boompje. Je kan de aanwezigheid ook herkennen aan de suikerachtige uitwerpselen die het diertje achterlaat.

Behandeling: Zo snel mogelijk bestrijden met chemische middelen. Spuit binnenin de plant om de takken waarop ze zitten goed te raken. Vervolgens bijmesten zodat de plant aan krachten kan bijwinnen die het aan de luizen verloren heeft.
(Foto: Bayer)

Sparrenspintmijt en rode spint

Diagnose: Deze kleine geel-groene diertjes leggen rode eitjes en zijn vooral tijdens een hete, droge zomer actief. De naalden verkleuren hierdoor en vallen af. Ze zuigen bovendien het sap uit de naalden waardoor deze eveneens verkleuren en afvallen. Ze spinnen kleine fijne webben. Rode spin nestelt zich graag op fruitgewassen, bonen, tomaten, kamerplanten en onder glas geteelde planten.

Behandeling: met chemische middelen. Er zijn meerdere bespuitingen nodig. Rode spint is moeilijker chemisch te bestrijden omdat ze snel immuun worden. Spuit daarom de planten nat om de voortplanting te voorkomen en haal de webben zoveel mogelijk weg.
(Foto: Bayer)