Hoe ontlucht ik mijn radiator?
Wordt je radiator niet volledig warm of hoor je borrelende geluiden? Dan kan er lucht in je radiator zitten. Door je radiator te ontluchten, kan het warme water weer goed circuleren. Met dit stappenplan doe je dat eenvoudig zelf en controleer je daarna de waterdruk van je cv-installatie.
Wanneer moet je een radiator ontluchten?
Lucht in je verwarmingssysteem kan ervoor zorgen dat je radiatoren minder goed opwarmen. Je herkent dit bijvoorbeeld aan:
- je radiator wordt bovenaan niet goed warm;
- je hoort borrelende of klotsende geluiden.
- je radiator wordt niet overal even warm.
Het is daarom slim om je radiatoren regelmatig te controleren en ze indien nodig te ontluchten, bijvoorbeeld voor de start van het stookseizoen.
Is je radiator bovenaan warm, maar blijft de onderkant koud? Dan is lucht waarschijnlijk niet het probleem. Vuil of slib in de radiator kan bijvoorbeeld de doorstroming hinderen.
Bereid je verwarmingssysteem voor
Draai alle radiatorkranen volledig open en laat de verwarming ongeveer 15 minuten werken. Zo kan de aanwezige lucht zich verzamelen bij de ontluchtingsventielen. Schakel daarna de verwarmingsinstallatie volledig uit. Wacht tot de radiatoren voldoende zijn afgekoeld voordat je begint. Zo circuleert het water niet meer en verklein je de kans dat er heet water uit het ventiel komt.
Stap 2: Ontlucht je radiatoren
Heb je meerdere radiatoren? Begin dan bij de radiator op de laagste verdieping en werk vervolgens naar boven. Het ontluchtingsventiel zit meestal bovenaan aan de zijkant van de radiator.
Leg een oude doek klaar en houd een klein opvangbakje onder het ventiel. Plaats het ontluchtingssleuteltje op het ventiel en draai het voorzichtig linksom open. Een kleine draai is meestal voldoende.
Hoor je een sissend geluid? Dan ontsnapt de lucht uit de radiator. Wacht tot het sissen stopt en er een gelijkmatige stroom water uitkomt. Draai het ventiel daarna weer voorzichtig dicht.
Herhaal dit bij alle radiatoren in huis.
Controleer de waterdruk
Tijdens het ontluchten ontsnapt er naast lucht ook een beetje water. Daardoor kan de waterdruk van je cv-installatie dalen. Controleer na het ontluchten daarom de manometer of het display van je verwarmingsketel. De juiste waterdruk verschilt per installatie. Controleer altijd de aanbevolen druk in de handleiding van je verwarmingsketel.
Is de druk te laag? Vul de cv-installatie dan bij volgens de instructies van de fabrikant. Controleer daarna opnieuw de waterdruk en zorg ervoor dat de vulkraan goed gesloten is.
Zet de verwarming weer aan
Zet de verwarmingsinstallatie opnieuw aan en stel je radiatoren weer in op de gewenste stand. Laat de verwarming even werken en controleer daarna of:
- de radiatoren weer gelijkmatig warm worden;
- de borrelende geluiden verdwenen zijn;
- de waterdruk op peil blijft.
Alles in orde? Dan ben je klaar.