stappenplan

Hoe sluit ik kringen en aardingen aan op de zekeringkast

Na het voorbedraden van de zekeringkast kan je de verschillende kringen en aardingen er op aansluiten. Dit kan je makkelijk zelf doen op voorwaarden dat je de richtlijnen en verschillende stappen nauwgezet volgt. Let op: Ben je een beginnende klusser of werk je nog niet eerder met elektriciteit? Laat deze klus dan aan een vakman over!

Belangrijke richtlijnen

  • Volg altijd nauwgezet de voorschriften van het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) en van de fabrikant op.
  • Controleer altijd met een degelijke spanningstester of voltmeter (of multimeter) of je wel volledig spanningsloos werkt.
  • Informeer op voorhand naar de specifieke eisen (ivm. plaatsing van de meterkast, voedingskabels, de meter-bordverbinding etc…) van je lokale distributienetbeheerder.
  • Laat je nieuwe installatie controleren door een erkend controleorganisme voordat je deze in gebruikt neemt. Dit is bij wet verplicht!
Tip!

Er bestaan ook voorbedrade zekeringkasten die ingedeeld zijn met een aantal standaard elementen zodat je alles alleen nog hoeft aan te sluiten.

Benodigdheden

  • Voorbedrade zekeringkast met minimum beschermingsgraad IP40 (hoger als deze zich bevindt in een vochtige, stoffige, … omgeving) en conform de norm EN60439 en klasse I of II
  • Kabels van je stopcontacten (2,5 mm²) en verlichting (1,5 mm², of 2,5 mm² indien gemengde kringen)
  • XVB-kabel, niet-geaard (meter-bordverbinding)
  • Invoerwartels
  • Geelgroene (aardings)draad (VOB 1,5 mm²)
  • Stickers (bliksem + netspanningsaanduiding)
  • Handschroevendraaier
  • Kniptang
  • Ontmanteltang

1: Hang je zekeringkast op

  • Gebruik hiervoor de gepaste bevestigingsmiddelen en de geschikte voorzieningen (bv. via de uitsparingen in de hoeken). Plaats de zekeringkast altijd op een goed bereikbare plek. De ideale hoogte is 1m50.
  • Gebruik de invoerwartels (of een alternatieve toepassing naargelang de voorschriften van de fabrikant om de kabeldoorgangen aan de boven- en onderkant van de kast vrij te maken.
  • Plak de verplichte stickers – het bliksemschichtlogo en de netspanningsaanduiding – op de voorkant van de kast.
  • Sluit de hoofdaardgeleider (VOB 16mm² geelgroen) aan op de hoofdaardingsrail.

2: Sluit de dikste kabels (van je meterkast en van het fornuis) aan

  • Om te weten welke kabel je precies moet gebruiken voor de verbinding tussen je meter- en zekeringkast raadpleeg je je distributienetbeheerder. Die zal bijvoorbeeld in functie van je gevraagde aansluitvermogen een kabel met een bepaalde sectie voorschrijven.
  • De kabel is meestal een XVB-kabel zonder aarding. Werk je met een monofasige aansluiting gebruik dan een XVB 3G. Voor een meerfasige aansluiting gebruik je een XVB 5G.
  • Leid de kabels achter de differentieelschakelaar van 300 mA door en verbind de kabels bovenaan de schakelaar. Daarbij komt de bruine geleider meestal op de linkse klem en de blauwe op de rechtse klem. Wanneer een klem met de letter “N” is aangeduid, komt hierop in elk geval de blauwe geleider.
  • Gebruik een striptang (of een breekmes voor de dikkere kabels) om de geleiders te ontbloten. Doe dit ver genoeg zodat de geleider diep genoeg in de klem past. Alleen zo verzeker je een goed contact met de klem. Maar let er ook op om de geleiders niet te ver af te strippen. Er mag geen naakt koper zichtbaar zijn na plaatsing in de klem.
  • Schroef alles vast en dek de schroeven af met verzegelplaatjes.
  • Sluit vervolgens op de zelfde manier de voedingskabel voor het fornuis aan.
Tip!

Je begint best altijd met het aansluiten van de dikste en meest stugge kabels (dus de kabel tussen je meter- en zekeringkast en de kabel van het fornuis) omdat je nu nog veel plaats hebt om te manouvreren.

3: Verzamel de aardingskabels onderaan de kast

Laat de (geelgroene) aardingsgeleiders samen komen aan de onderkant van je kast. Zo liggen ze al klaar om ze samen in één keer aan te sluiten als alle andere kabels verbonden zijn.

4: Verbind de kabels voor je stopcontacten

  • Kringen met uitsluitend stopcontacten verbind je met een automaat van maximum 20 Ampère met een kabel van 2,5 mm² voor vaste installatie van stopcontacten.
  • Ontbloot de geleiders met de ontmanteltang en sluit de bruine en blauwe draad aan de bovenkant van de automaat aan.

Let er op dat er geen bloot koper zichtbaar is boven de automaat!

Tip!

Per kring mag je maximum acht enkelvoudige of meervoudige stopcontacten plaatsen.

5: Koppel je verlichtingsdraden

  • De kringen voor de verlichting verbind je met een automaat van maximum 16 Ampère. De geleiders van de kabels of voorbedrade buis hiervoor zijn minimum 1,5 mm² dik (en minstens 2,5mm² in geval van een gemengde kring).
  • Ga op dezelfde manier te werk als voor de kabels voor de stopcontacten.
Tip!

Per kring mag je maximum elf lichtpunten en schakelaars (enkel- of meervoudig) plaatsen.

6: Sluit alle aardingsdraden aan

Ontmantel een eindje van je aardingsdraden en steek of schroef deze vast in de voorziene aansluitingen op de aardingsrail.

Tip!

Steek de aardingsdraad liefst altijd langs de bovenkant in de klem. Stel dat de aarding ooit loskomt kan ze niet vanzelf uit de klem vallen.

7: Controleer nog eens alle schroeven

Slecht aangesloten kabels kunnen brand veroorzaken. Draai alle schroeven dus nog een keer aan. Doe na een aantal maanden nog eens de controle.

8: Werk je zekeringkast af

  • Bedek alle open plaatsen in je zekeringkast met afdekplaatjes.
  • Duid alle differentieelschakelaars en de automaten aan met een letter die overeenstemt met de benaming van de kring op het eendraadschema.
  • Dek je kast ten slotte af met het deksel.

Een bijkomende zekeringkast aansluiten

Wil je nog een extra zekeringkast monteren, bijvoorbeeld op zolder of in je tuinhuis? Enkele tips:

  • Zorg ook hier voor een goede bereikbaarheid en hoogte (ongeveer 1m50) van de zekeringkast.
  • Gebruik bij extra lange kabels (bv.in het geval van een tuinhuis) een voldoende grote draadsectie (6 of 10 mm²). Zo voorkom je een verlies in spanning en loop je geen gevaar op te lage kortsluitstromen, waardoor de automatische zekering misschien niet optimaal meer zou kunnen werken bij kortsluiting. Zorg er voor dat de dikte van de draad waarmee je verder werkt niet groter is dan de draad van waaruit je vertrekt.
  • Stel de beveiliging in de hoofdzekeringkast af op de draadsectie van de kabel die dient voor het voeden van de bijkomende zekeringkast.
  • Wanneer in de hoofdzekeringkast al een algemene differentieelstroominrichting geplaatst is die van daaruit wordt afgetakt moet je geen extra differentieelschakelaar in het nieuwe bord plaatsen.
  • Maar wanneer op bv. zolder kamers of toestellen met vochtgevaar zijn (badkamer, wasmachine, droogkast, ...) moet de voedingskabel van het nieuwe bord afgetakt worden na de bijkomende differentieelstroominrichting van 30 mA.
  • Als er geen zware verbruikers zijn op de zolderkamers (zoals bijvoorbeeld meerdere elektrische verwarmingstoestellen), dan volstaat het om een automaat te plaatsen van 25A in het bestaande bord. In het nieuwe bord kan je dan de opsplitsing van de kringen maken met automaten van 16A voor de verlichting en automaten van 20A voor de stopcontacten.
  • Leg je kabels onder de grond in je tuin (bv. naar het tuinhuis) , let dan op dat je de juiste kabels gebruikt. XVB-kabels zijn hier niet voor geschikt. EXVB-kabels, met bijkomende mechanische bescherming, of EVAVB-kabels wel.

Meer klusadvies

Tutorial - Elektra - Hoe sluit ik een zekeringkast aan op de meterkast? - Thumbnail
Hoe sluit ik een zekeringkast aan op de meterkast? stappenplan
Tutorial - Elektra - Hoe sluit ik zelf elektriciteit aan? - Thumbnail
Hoe sluit ik zelf elektriciteit aan? stappenplan
Tutorial - Elektra - Hoe maak ik zelf een elektriciteitsplan? - Thumbnail
Hoe maak ik zelf een elektriciteitsplan? stappenplan
Dit stappenplan komt voor in