stappenplan

Hoe betegel ik een wand?

Een wand betegelen is helemaal geen moeilijke klus, zolang je maar een beetje handig bent en stap voor stap te werk gaat. Bij GAMMA vind je een mooi assortiment wandtegels en alle nodige materialen.

1. De ondergrond voorbereiden

Dat je erin slaagt een wand mooi te betegelen, hangt voor een groot deel af van de ondergrond: die moet stevig, schoon, glad, vet- en stofvrij zijn. Daarom is een voorbehandeling soms aangewezen. Op hout, spaanplaat, een oneffen pleisterlaag of een ongelijke bakstenen muur bevestig je best watervaste gipsplaten als ondergrond, zodat je de tegels mooi vlak kan plaatsen en ze later niet loskomen of barsten. Indien je beslist om geen gipsplaten ondergrond te plaatsen, kap dan steeds pleisterwerk en oneffenheden zoveel mogelijk weg. Verf schuur je op met grof schuurpapier. Oud behang verwijder je best met een product of behangafstomer. Zorg dat je alle lagen mee hebt. Over een oude tegelwand kan je gewoon tegelen met een speciale tegellijm. Krab oude voegen uit, sla hier en daar het glazuur stuk voor een betere hechting en zorg ervoor dat de voegen niet op dezelfde plaats komen te zitten.

2. Gaten opvullen

Controleer met een rechte lat of de ondergrond in alle richtingen vlak is. Verschillen tot ongeveer 3 mm kunnen geen kwaad, maar grotere kloven of openingen moeten opgevuld worden met vulgips, ook verkrijgbaar in poedervorm.

Uitstekende delen schuur je weg met een ruwe baksteen of kap je voorzichtig weg met hamer en beitel.

3. Hechtemulsie/primer aanbrengen

Voordat je nieuwe of poreuze wanden betegelt (pleister, baklsteen of watervaste spaanplaat) , dien je ze met een kwast grondig in te strijken met een speciale vloeibare hechtemulsie.

4. Tegelmotief voorbereiden

  • Leg een rij tegels op de vloer voor de te betegelen wand, plaats er voegkruisjes tussen en bepaal zo de breedte van de tegels plus de voegen. Als patroon wordt meestal voor een horizontaal gecentreerd motief gekozen. Zorg er in dit geval voor dat de overblijvende ruimte links en rechts gelijk is. Zet vervolgens de uiterst volledige linker- en uiterst volledige rechtertegel tegen de muur en sla langs beide tegels verticaal een latje (links langs de linkerkant van de tegel, rechts langs de rechterkant). Deze latjes moeten even hoog zijn als de wand die je betegelt.
  • Opgelet: begin nooit met een volledige tegel in een hoek. De minste afwijking in de muur geeft dan te grote voegen of te kleine passtukjes.
  • Meet nu de hoogte van de opstaande tegels plus de voegen en sla op die hoogte een horizontaal latje waterpas.

5. Tegelen

  • Strijk met een getande lijmkam tegellijm uit op de muur.
  • Zorg ervoor dat de laag nergens dikker is dan 3 mm en pak niet meer dan 1 m² tegelijkertijd aan.
Hoeveel tegels?

Om de nodige hoeveelheid tegels te berekenen, meet je het aantal meters dat je wil betegelen. Voor 1 m2 heb je het volgend aantal tegels nodig:

-44 van 15x15 cm
-34 van 15x20 cm
-25 van 20x20 cm
-11 van 30x30 cm
-6 van 40x40 cm

Neem zeker een extra doos tegels mee, want je hebt ook tegels nodig om te versnijden.

Zet de tegels één voor één met een licht draaiende beweging in de tegellijm en druk ze stevig vast. De voegkruisjes gebruik je om een even grote afstand rondom de tegels te krijgen.

Wisselen

Wissel tijdens het tegelen zoveel mogelijk tegels uit verschillende dozen af, om een egale verdeling van oppervlakte- en/of kleurstructuur te bekomen.

6. Controleren

Controleer met een waterpas, telkens wanneer je een rij tegels geplaatst hebt, of de rij recht is gebleven. Eventuele foutjes kan je gemakkelijk corrigeren zolang de tegellijm nog zacht is.

Controleer ook met een aluminium lat of rei of je tegeloppervlak vlak is. Als dit niet het geval is, kan je voorzichtig corrigeren met de dikte van de lijm.

Wacht tot de lijm hard is vooraleer je de latjes weghaalt.

7. Tegels zagen

  • Breng de onderste rij tegels aan en snij de tegels op maat voor de ontbrekende rijen links en rechts. Tegel deze vervolgens af.
  • Voor het op maat snijden van wandtegels gebruik je best een tegelsnijder. Met het wieltje van de zaag kerf je een naad in de bovenkant van de tegel, waarna je de tegel op maat breekt met de hendel van de tegelsnijder.
  • Moeilijke vormen, bv. rond een waterafvoer, kras je in met een tegel- of glassnijder en breek je stukje voor stukje met een tang uit of je kan een diamanten gatenzaag gebruiken.
  • Voor kleinere stukjes of gaatjes kan je een Dremel gebruiken.

8. Voegen en reinigen

  • Wanneer de tegellijm volledig uitgehard is (meestal na 24 uur), mag je de voegkruisjes weghalen en beginnen voegen.
  • Breng het voegsel met een spons of een voegspatel met rubber dwars over de voegen aan tot ze goed opgevuld zijn. Plaatsen waar je met de voegspatel niet goed bij kan, voeg je best met de hand op.
  • Reinig het oppervlak met een vochtige spons als het voegsel bijna droog is, om overtollig voegsel te verwijderen. Wrijf ook nu weer dwars over de voegen, en spoel de spons regelmatig uit.
  • Enkele uren later, als de specie helemaal droog is, poets je de tegels nog eens op met een schone, niet-pluizende doek.

Meer klusadvies

Tutorial - Tegels - Hoe vervang ik een beschadigde tegel? - Thumbnail
Hoe vervang ik een beschadigde tegel? stappenplan
Tutorial - Tegels - Hoe betegel ik de douchewand van mijn badkamer? - Thumbnail
Hoe betegel ik de douchewand van mijn badkamer? stappenplan
Dit stappenplan komt voor in