Inbouwspots in verlaagd plafond

2 stemmen

Klusniveau: Gemiddeld

Benodigheden

Inbouwspots bewijzen niet enkele hun nut als directe verlichting. Ze zijn ook uitermate geschikt als sfeerverlichting, al dan niet gecombineerd met een dimmer. Bovendien hebben ze een lange levensduur en geven ze je kamer extra sfeer.

1.

Bepaal soort en hoeveel inbouwspots

Inbouwspots zijn in verschillende soorten verkrijgbaar. Sommige inbouwspots werken op een spanning van 12V (dit is een zeer lage veiligheidsspanning). Deze spots hebben een transformator nodig die de 230V netspanning omzet naar 12V. Andere spots werken op 230V (netspanning).

Bepaal hoeveel inbouwspots je nodig hebt.

2.

Stroom uitschakelen

Schakel eerst de stroom uit vooraleer je aan de installatie van de inbouwspots begint. Schakel hiervoor de desbetreffende zekering uit.

3.

Cirkels aftekenen

  • Inbouwspots kunnen erg warm worden. Laat dus zeker minstens 10 à 15cm vrije ruimte boven de spots zodat de warmte voldoende weg kan.
  • Bepaal de positie van de spotjes. Hou er rekening mee dat ze minstens 30cm van elkaar verwijderd moeten zijn. 
  • Het aantal spots dat op één transformator aangesloten kan worden, is beperkt. Op de verpakking of gebruiksaanwijzing vind je alle informatie over het vermogen en de aangewezen onderlinge afstand.
  • Teken met behulp van een potlood en de bijgevoegde mal de cirkels op het plafond waarin straks de inbouwspots moeten komen.
  • Als zo’n mal ontbreekt in jouw pakket, meet dan de minimum diameter van de inbouwspot en hou rekening met het eventuele klemmechanisme. Over het algemeen is deze diameter 1cm kleiner dan de buitendiameter, maar goed meten is belangrijk.
  • Een te klein gat kan je nog verruimen; een te groot gat is moeilijker of bijna niet meer herstelbaar. Teken deze omtrek met een passer op een stukje karton. Knip het uit en teken het over op het plafond.
4.

Gaten maken

Om de gaten te maken, gebruik je best een fijngetande gatenzaag (klokboor) met een geschikte diameter (bijvoorbeeld 75mm). Boor de gaten met een vrij laag toerental zonder hard te drukken.

Je kan de gaten ook met een decoupeerzaag uitzagen. Gebruik een fijngetande zaag en ga voorzichtig te werk.

Spots aansluiten
5.

Spots aansluiten

Inbouwspots op 230V
Verbind een elektriciteitskabel via de meegeleverde lusterklem aan het bestaande lichtpunt van de kamer. Zo kan je straks de spots bedienen met de schakelaar van dit lichtpunt.

Haal met de striptang een stukje draad van de geel-groene aardgeleider van de bestaande installatie en verbind deze met de aarding van elke spot.

Inbouwspots op 12V
Hier wordt altijd een transformator gebruikt. Plaats de transformator op een makkelijk bereikbare plaats (om later eventueel een zekering te vervangen). Bijvoorbeeld op zolder of op het verlaagde plafond.

tip!

Volg verder de instructies van de fabrikant. Deze zijn onder andere belangrijk voor wat betreft de draadlengte en draaddikte (mm²).

Spots bevestigen
6.

Spots bevestigen

  • Controleer vooraf of de spot niet wordt bedekt door isolatiemateriaal. Nogmaals: inbouwspots kunnen erg warm worden. Als ze hun warmte niet kwijt kunnen, kan kortsluiting of zelfs brand ontstaan. 
  • Haal isolatie in de onmiddellijke omgeving van de spotjes weg. 
  • Hoe je de inbouwspot in het gat moet plaatsen, verschilt van type tot type. Je raadpleegt hiervoor best de gebruiksaanwijzing. 
  • De meeste spots werken met een klemmechanisme met 2 veerklemmen die je eenvoudig naar binnen drukt als je de spot in de opening duwt. Van zodra je de klemmen loslaat, klikken ze automatisch open en zit de spot vast.
7.

Lampjes plaatsen

  • Plaats de lampjes in de spots volgens de gebruiksaanwijzing. Let op dat je een lamp met de juiste fitting aankoopt. 
  • Zorg er ook voor dat de lampen de aansluitingskabels niet raken. 
  • Schakel de stroom weer aan om te testen of alle spots werken. 
  • Zet pas daarna de spotjes vast met behulp van de knelringen aan de binnenzijden van de armatuur.
tip!

Opgelet!

Controleer bij de vervanging van defecte lampen of de nieuwe lampen dezelfde fitting hebben als de vorige en of deze compatibel zijn met de transformator.

Dit heb je nodig

  • Materialen (1)


  • Gereedschappen (4)